Een natuurlijk produkt perfect imiteren is zeer moeilijk. Dat geldt zeker en vast voor stuifmeel, dat een hoeveelheid aan complexe elementen bevat. Dat de voedingswaarde van stuifmeelvervangers deze van echt natuurlijk stuifmeel zelfs niet benadert, wisten we al, maar wat is dan het verwachte effect van deze stuifmeelvervangers?

Uit de lezingen van Erik Goris over de verdwijnziekte (zie samenvattingen hier en hier), onthielden we dat eiwitten van levensbelang zijn voor een bijenkolonie. De belangrijkste eiwittenbron voor de bijen is het stuifmeel en dit stuifmeel kan niet meer verteerd worden door oudere bijen. Bijen kunnen hun interne eiwit/vetreserve enkel opbouwen in de eerste weken van hun leven.
Om een ziek of zwak ogend volk te ondersteunen, gaf Erik de raad stuifmeelvervangers aan te bieden.
Dit is een praktijk die ook door de commerciële imkers van de VS gebruikt wordt. Deze imkers, die de kosten steeds in overeenstemming moeten houden met de baten, vroegen aan de universiteit van Florida om een studie uit te voeren naar de effectiviteit van deze stuifmeelvervangers.

De studie bekeek drie verschillende vragen : gaan volwassen werksters de stuifmeelvervangers consumeren? Voederen de volwassen werksters de stuifmeelvervangers aan de larven? Worden de stuifmeelvervangers opgeslagen in het nest als bijenbrood?
De gecollecteeerde gegevens wezen uit dat volwassen bijen de stuifmeelvervangers effectief opeten. Deze studie maakte echter geen onderscheid in de leeftijdsgroepen van de volwassen bijen. Ze kon dus niet bepalen of er een positief effect was voor de jonge bijen in het opbouwen van de eiwitreserves.

In de darmen van de larven kon men de kleurstoffen die men toegevoegd had aan de stuifmeelvervangers niet terugvinden, waaruit men besloot dat de volwassen werksters de stuifmeelvervangers niet voeden aan de larven. Ook kon men vaststellen dat de stuifmeelvervangers niet opgeslagen werden in de cellen, noch dat deze uit het nest gewerkt werden als 'afval'.

Belangrijk hier is dat de bijen de stuifmeelvervangers niet zullen gaan opslaan voor later gebruik (waar Erik stelde dat dit wel gebeurde in sommige volken). Het moment van het aanbieden van de stuifmeelvervangers moet dus al zeker overeenkomen met de eiwitbehoefte van het volk.
Er werd ook aangetoond dat de gezondheid van een kolonie er niet perse op vooruit gaat omdat de bijen de stuifmeelvervangers consumeerden. De impact van het aangeboden dieet hangt af van de kwaliteit ervan, het seizoen waarin de stuifmeelvervanger wordt aangeboden en de kwaliteit en kwantiteit van natuurlijk pollen dat sowieso ook in het nest wordt binnengebracht.

Maar wat moeten wij hier (volgens mij) nu van maken?
Er gaat niets boven de produkten die de natuur zelf te beschikking stelt, en we moeten ervan uitgaan dat er steeds een zeker evenwicht in de natuur moet aanwezig zijn. Heb je echt een probleem qua hoeveelheid stuifmeel in je volken gedurende een langere periode, dan wil dit vermoedelijk zeggen dat er teveel bijenvolken in je regio aanwezig zijn ten opzichte van de beschikbare stuifmeelbronnen. Meer stuifmeelleveranciers aanplanten of minder bijenvolken houden is dan aan te raden.
Heb je echter tijdelijk een probleem en zie je dat je volken achteruit gaan, dan is het zeker geen overbodige luxe om een stuifmeelvervanger aan te bieden. Moeten de bijen er niets van hebben, dan zullen ze het gewoon laten liggen. Nuttigen ze het wel, dan mag je ervan uitgaan dat de bijen op zijn minst proberen hun eiwitreserves aan te vullen met je stuifmeelvervanger. Aan te raden is wel van de stuifmeelvervanger regelmatig te vervangen. Dat vermijdt schimmelvorming of uitharding van het produkt (Om de uitharding van het deeg te vertragen, kan je boven op het deeg een strook boterhampapier leggen).

Erik stelde dat de oude bijen hun eiwitreserve niet meer kunnen opbouwen en dat het effect van de stuifmeelvervangers in deze groep dan ook niet echt positief kan zijn.
Met de studie die we hierboven aanhalen, moeten we er ook vanuit gaan dat het directe positieve effect zich niet zal laten gelden bij de larven.
We kunnen echter de hypothese nemen dat de jonge bijen nut hebben van de stuifmeelvervangers. Het echte, natuurlijke, stuifmeel kan dan aangewend worden voor de larven waardoor je toch een algemeen positief effect kan hebben.
Weet wel dat voorgaande studies die reeds werden uitgevoerd in dit kader tegenstrijdige resultaten opleverden: de ene studie stelde dat er een meetbaar positief effect is, terwijl andere spraken over een verwaarloosbaar tot geen effect.
In de podcast 'Two bees in a pod' stelde Dr James Ellis, die mee betrokken was in de studie van de universiteit van Florida, dat de hobby-imkers in wezen weinig positieve effecten moeten verwachten van de stuifmeelvervangers. De ervaringen van Erik Goris geven dan weer aan dat in sommige gevallen zieke volken er weer bovenop konden gebracht worden met het aanbieden van deze substituten.
Persoonlijk ga ik ervan uit dat je dus best enkel overgaat tot het aanbieden van de stuifmeelvervangers als je merkt dat er een probleem is met een volk. Het continu aanbieden van dit produkt lijkt niet aangewezen.

bron : Tracing the fate of pollen substitute patties in Western honey bee (Hymenoptera:Apidae) colonies, Emily R Noordyke, Edzard van Santen, James D Ellis, Journal of Economic Entomology, Volume 114, issue 4, Aug 2021, Pag 1421-1430, https://doi.org/10.1093/jee/toab083
bron : Podcast 'Two bees in a podcast', Universiteit van Florida,nr 82

Sorry, this website uses features that your browser doesn’t support. Upgrade to a newer version of Firefox, Chrome, Safari, or Edge and you’ll be all set.