Een bijenvolk dat een tekort ervaart aan suikers, kan niet lang overleven. De suikers zijn immers nodig als energievoorziening voor zowel de koningin, de larven, de darren als de werksters.

Gelukkig zorgen de bijen er zelf meestal wel voor dat er genoeg suikervoorraad wordt opgeslagen. Ze zetten de nectar die ze verzamelen om in honing, dat op zich hoofdzakelijk bestaat uit suikers.
Als de werksters nectar binnen brengen in het nest, is dit vaak rijk aan sucrose. De bijen voegen er vervolgens speekselenzymen aan toe waardoor de nectar opsplitst in druivensuiker en vruchtensuiker.
In de imkershop vindt men invertsuiker in poedervorm die men kan aanlengen in de gewenste verhouding suiker/water. Invertsuiker is suiker die men verkrijgt door het toevoegen van een zuur of een enzym aan sucrose. Dat is dus zowat hetzelfde proces als hetgene dat de bijen toepassen met hun speekselenzymen.
Testen wezen reeds uit dat een bijenvolk minstens 50% van de sucrose uit een 1:1 kristalsuikeroplossing (dus 1 kg suiker op 1 liter water) kan omzetten in 24 uur. Als de hoeveelheid aangeleverde suikeroplossing stijgt, krijgen de bijen het echter moeilijker om dat ritme aan te houden. De idee van het geven van invertsuiker is dan ook dat we de bijen ontlasten van een taak (het splitsen van de bi-sachariden in monosachariden) en dat ze de gespaarde energie dan wel voor iets anders kunnen gebruiken.

Wanneer ga je suiker aanbieden?

In principe zullen de bijen genoeg nectar verzamelen in hun omgeving om aan de noden van het volk te voldoen. Het kan echter voorkomen dat er te veel bijenvolken aanwezig zijn voor de aanwezige bloemenweide (het totaal aantal aanwezige bloemen in een straal van 3 km rond het bijenvolk) en dat men terechtkomt in wat men ‘de tragedie van de meent’ noemt.
De tragedie van de meent geeft aan dat er te weinig voedingsstoffen aanwezig zijn voor een bestaande populatie en dat daardoor de ganse populatie honger zal lijden. Je kan je dit voorstellen als een weide van 1 ha waar je 10 koeien op plaatst. Die gaan genoeg te eten hebben. Per koe dat je bijplaatst op dezelfde weide, is er minder gras per koe beschikbaar. Als je koeien blijft toevoegen aan de weide, ga je op een bepaald moment niet genoeg gras meer hebben om alle koeien naar behoren te voederen. De individuele koeien gaan elk zoveel mogelijk eten om aan hun noden te voldoen. Gemiddeld gezien gaan ze dan ook allen evenveel gras eten en vermits er niet genoeg gras meer is voor alle koeien, gaan ze allemaal honger hebben.
Eigenlijk ga je enkel suikers voeren aan je bijenvolken als je ervan uit kan gaan dat ze zonder die voedselsteun ten onder zouden gaan. Dat ga je dus zeker doen op het einde van de zomer als je net al hun honingvoorraad hebt afgenomen.
Je kan ook best suiker aanbieden aan zwermen. Die gaan immers veel energie verbruiken om de kunstraat op te bouwen. Ook aan afleggers geef je best suiker mee. Op die manier kunnen de afleggers hun energie stoppen in het opbouwen van het volk in plaats van te moeten gaan foerageren.

Hoe kunnen we suiker aanbieden?

Als je nog wat opgebouwde raat met honing in je reserve hebt, moet je niet twijfelen. Er gaat niets boven honing (van gekende oorsprong). Honing kan je in wezen het hele jaar door aanbieden. De bijen weten wel hoe ze daarmee overweg moeten. Heb je nog een potje eigen honing over, dan kan je die een beetje opwarmen en aanlengen met wat water tot dat deze een siroopachtige viscositeit verkregen heeft. Die aangelengde honing kan je dan aanbieden in een voederbak.
Als je geen honing hebt in je reserve, ga dan geen honing uit de winkel aanbieden. Die is immers doorgaans een mengeling van verschillende soorten buitenlandse honingen en daar hebben onze bijen niet veel aan. Je weet dan ook niet wat je in huis hebt gehaald voor je bijen.
Beter is dan te opteren voor kristalsuiker die je gaat aanleggen met water om er suikersiroop van te maken.
Hier ga je wel eerst moeten kijken waarvoor en wanneer je de suikersiroop wenst aan te bieden.
Gaat het om siroop voor het inwinteren van de volken, maak dan hoog geconcentreerde siroop. De bijen gaan dan minder werk hebben aan het indikken van het goedje om het om te toveren tot een winterreserve. In dit geval kies je voor een suikergehalte van rond de 65%. Dit verkrijg je door het mengen van 5 kg suiker met 3 liter water of (iets minder geconcentreerd) 3 kg suiker op 2 liter water.
Gaat het om siroop om de volken te stimuleren, dan kan een 1 op 1 verhouding volstaan. Dat is dus 1 kg suiker op 1 liter water.
Om weinig geconcentreerde siroop in te dikken gaat er veel water verdampen in de kast. Dat wil je vermijden in de koudere periodes. Dus neem best als regel aan dat hoe kouder het is, hoe geconcentreerder je de siroop maakt.

Hoe maak je dan die suikersiroop?

Als we spreken over kleinere hoeveelheden siroop, dan heb je het gewone keukenrecept :
- Warm de benodigde hoeveelheid water op tot het bijna kookt
- Zet het vuur dan af en roer er de benodigde hoeveelheid suiker door
Het warme water zal zorgen voor een goede opname van de suikerkristallen. Zo zal 1 liter koud water ongeveer 1 kg suiker vlotjes oplossen, maar als je het water opwarmt tot zo’n 50°, kan je de hoeveelheid suiker makkelijk verdubbelen.
Wil je wat sparen op elektriciteit of gas, dan kan je de siroop ook maken met koud water. Dan zal je wat meer handenarbeid moeten verrichten en langer moeten roeren, maar uiteindelijk lost de suiker ook wel op.
Als je grotere hoeveelheden suikersiroop wil aanmaken, kijk dan eens op deze pagina : https://konvib.be/?page_id=2676.
Je vindt er heel wat bijkomende informatie over suikers.

En suikerdeeg?

Suikersiroop is handig om te voederen aan grote bijenkasten via voederbakken. In bevruchtingskasten is dat niet aan te raden. Daar gebruik je dan ook suikerdeeg.
Neem hiervoor 300 gram bloemsuiker met 100 gram vloeibare, lauwe honing.
Als je het deeg harder wil maken, kan je gaan tot 350 gram bloemsuiker.

 

 

 

Sorry, this website uses features that your browser doesn’t support. Upgrade to a newer version of Firefox, Chrome, Safari, or Edge and you’ll be all set.