Als je aan koninginnenteelt wil doen, is het belangrijk je teeltmateriaal te halen bij een goede koningin. Velen onder ons gaan graag overlarven bij een F0-moer of opteren ervoor larfjes aan te kopen bij een teler zodat je verzekerd bent van 'goede eigenschappen' als minder priklust of minder zwermlust. Een andere, zeer valabele optie is je te richten naar de zogenaamde varroa-tolerante koninginnen. In dit artikel bekijken we een methode die je een goede selectie laat maken tussen de koninginnen op je eigen stand.
In een Canadese studie die gepubliceerd werd in 2024 (zie bronvermelding) ging men elke maand gedurende drie dagen de mijtenval controleren per volk door het aanbrengen van een klevende luier (je weet wel, zo'n doorzichtig vel waarmee je boeken kan kaften en waarvan één zijde een klevende laag heeft). Ze bekeken specifiek de mijtenval in de maanden augustus (in Canada is dat de late zomer) en in mei (voor hen is dat de start van het bijenseizoen). Ze brachten per volk de ratio in kaart tussen de mijtenval in beide maanden. Bv 2 mijten in mei en 7 mijten in augustus geeft een ratio van 7/2. Die ratio zegt je in wezen iets over de groei van de varroa in de volken.
Ze teelden dan koninginnen van de volken met de laagste en van de volken met de hoogste ratio. Ze keken dus niet dadelijk naar het effectieve aantal mijten die gevallen waren, maar naar de ratio. Zoals enigszins te verwachten, waren de volken die een koningin kregen die geteeld was uit een volk met een lage ratio, die volken warin de varroa-aangroei in de loop van een jaar beperkt bleef. Ze zagen na 1 jaar een significante vermindering van de mijtenaangroei en in de volgende jaren zelfs een vermindering van maar liefst 90% in mijtenaangroei tussen de volken met een 'lage ratio'-koningin, vergeleken met volken met een 'hoge ratio'-koningin. De volken met een 'lage ratio'- koningin hadden drie keer meer kans om de winter door te komen en vertoonden veel minder DWV (Deformed Wing Virus).
Hoe kan je dit nu gebruiken?
Wel eigenlijk moet je dit zien als een projectje over twee jaar te spreiden. Meet eerst de mijtenval over 3 dagen met de klevende luier na je eerste voorjaarsinspectie (dat zal wel ergens rond maart zijn). Meet vervolgens elke maand de mijtenval. Je doet dat tot eind september. Nu kan je de gemeten mijtenval per volk gaan bekijken. Een goed referentievolk is een volk waarbij je ziet dat het aantal mijten dat valt volgens een zeker patroon verloopt. Dat patroon kan een steile of eerder glooiende lijn zijn. Zie je teveel variaties met 'pieken' en 'dalen' op je mijtenval, gebruik dat volk dan niet als een referentie. Van de volken die je een mooi patroon opleveren, bereken je vervolgens de ratio 'aantal mijten in september/aantal mijten in maart'. Je volken die de mijtengroei het best in de hand hielden zijn de volken met de laagste ratio. Als deze volken de winter goed doorkomen, kan je het jaar nadien teeltmateriaal nemen van deze koninginnen.
Het is dus een projectje, maar eigenlijk ook niet. Als imker moet je toch altijd op zijn minst een goede indruk hebben van de mijtenbelasting in je volken. Regelmatig de varroa monitoren is geen overbodige luxe. Meten is immers weten. Gebruik je de poedersuikermethode om de varroa te monitoren, dan kan je m.i. ook de resultaten van die metingen nemen om je ratio te berekenen. Dit werd wel niet bekeken in de studie.
Bron : Selection of honey bee genotypes for three generations of low and high population growth of the mite Varroa destructor, De La Morea, A; Godwin, P.H.; Emsen, B.; Kelly, P.G.; Petukhova, T.; Guzman-Novoa, E., Animals 2024, 14, 3537