Naast nectar, stuifmeel en propolis verzamelen bijen ook water – de vierde dracht.

In de maanden februari en maart kent het bijenvolk een gestage opbouw van het te verzorgen broed. In deze maanden wordt er dan ook verhoudingsgewijs het meeste wintervoer geconsumeerd. Voor het verdunnen van het voer (de honing heeft een vochtgehalte van minder dan 20%), is veel water nodig. Een bijenvolk in de voorjaarsontwikkeling heeft daardoor wel 65 tot 200 ml water per dag nodig. Zoals we weten kan het in het voorjaar nogal wat grillig weer zijn waarbij waterzoekende bijen blootgesteld kunnen worden aan onderkoeling en harde wind. Hier kan je dus best wel rekening mee houden als je je bijen in het voorjaar gaat ‘prikkelen’. Als je in deze periode deeg zou aanbieden, gaan er meer bijen zich moeten buiten wagen om water te verzamelen dan wanneer je suikersiroop aanbiedt. Hier is een suikersiroop in een 1:1 verhouding meer aangewezen (zie ook het artikel ‘Recepten – suikersiroop’).

In de zomer wordt water ook aangebracht voor de koeling van het nest. Hierbij gaan de bijen het water aanbrengen op de wanden van de cellen en gaan ze met hun vleugels wapperen zodat het water door de gecreëerde luchtstroom sneller verdampt. De verdamping zorgt voor een onttrekking van warmte aan het nest. De behoefte aan water kan in de zomer oplopen tot wel een halve liter per dag.

BijenkroegBijenkroeg zoals beschreven in bron "De ideale bijenkroeg"De bijen lopen niet echt warm voor leidingwater. Ze hebben eerder een voorkeur voor zuur reagerend water. Je kan een kunstmatige bijenkroeg aanbieden met leidingwater dat je een beetje aanzuurt met een scheutje azijn. Plaats deze bijenkroeg in de zon, op max 30 m van de bijenstand, en liefst uit de as van de vliegroute van de bijen (om te vermijden dat er snel uitwerpselen van de bijen in terecht komen).

Je zal trouwens merken dat bijen vaak gaan drinken bij mesthopen. Het aalt dat ze hier vinden heeft een lage zuurtegraad en bevat bovendien veel mineralen en zouten.

Er werden reeds studies uitgevoerd die het mechanisme van het waterhalen bekeken. De grootste vraag hierbij was hoe de waterhalende bijen weten wanneer er genoeg water verzameld werd en ze kunnen overschakelen naar andere taken.

In wezen is het antwoord hierop eenvoudig. De waterhaalsters brengen hun lading water naar het nest en geven dit door aan werksters die hen opwachten dichtbij de ingang van het nest zodat de waterhaalsters snel kunnen terugvliegen voor een nieuwe lading (een waterhaalster haalt gemiddeld 25 mg water per keer op en maakt ca 50 vluchten per dag waardoor ze dus 1.25 gr water kan verzamelen op een ‘werkdag’). Hoe meer behoefte er is aan water, hoe meer werksters gerecruteerd worden om water te gaan halen, maar ook hoe meer werksters er aan de ingang opduiken om het water te ontvangen. Als een waterhaalster toekomt aan het nest en ze haar vracht dadelijk kan doorgeven aan een werkster, weet ze dat de behoefte aan water nog aanwezig is. Als de aanwezige werksters echter beginnen te weigeren om haar vracht over te nemen, weet ze dat de behoefte aan water daalt.

Bronnen : The control of water collection in honey bee colonies door Susanne Kühnholz & Thomas D. Seeley

Water! Ook voor bijen een eerste levensbehoefte door Peter Elshout (maandblad voor imkers december 2003)

De ideale bijenkroeg, Frans van Tongeren

 

Sorry, this website uses features that your browser doesnвЂt support. Upgrade to a newer version of Firefox, Chrome, Safari, or Edge and youвЂll be all set.